Orthesiologie (orthese technieken)

Het kan voorkomen dat uw orthese in het begin niet comfortabel zit. Geef uw voeten de tijd om te wennen aan de orthese. Bouw het gebruik van de orthese geleidelijk op. Normaal gesproken moet u na een tot twee weken gewend zijn. De orthese mag geen pijn doen of blaren veroorzaken. Dit verschijnsel treedt op binnen de eerste week. Wanneer u problemen ervaart, probeert u de orthese dan eens in ander schoeisel. Blijven er problemen ontstaan, neem dan concat met uw pedicure op.
's Nachts hoeft u de orthese niet te dragen. De orthese blijft het beste zitten met sokken in dicht schoeisel, mits daar voldoende ruimte voor is. Houdt bij de aankoop van nieuw schoeisel rekening met de orthese. Neem de orthese mee naar de winkel als u nieuw schoeisel gaat kopen.
Indien mogelijk is het verstandig om de orthese met twee handen aan te brengen en te verwijderen. Trek de orthese nooit los.

Een orthese of teenstukje wordt gemaakt van siliconen. Om een goed passende orthese te maken wordt een voetonderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt er voornamelijk gekeken naar de beweeglijkheid van uw tenen. Ook worden uw schoenen aan de binnen- en buitenzijde bekeken. Het kan zijn dat u gevraagd wordt schoenen mee te nemen.

De verschillende doeleinden van een orthese

  • protectie tegen likdoorns of bursa op de tenen

  • correctie van een klauwstand van een teen

  • consolidatie; dit om een scheefgegroeide teen zonder klachten, geen klachten te laten geven


Onderhoudsadvies

De orthese is wekelijks te reinigen met water en handzeep. Daarna goed laten drogen. Niet op de verwarming of een andere warmtebron leggen.
Als u de orthese weer aandoet kunt u hem licht inpoederen met bijvoorbeeld talkpoeder. De poeder zorgt ervoor dat voetzweet wordt opgenomen.